
Plaats van delict: Café Dauphine, Amsterdam. Tijd: 18.45, een doordeweekse avond. Na een zakelijke afspraak, is het tijd voor een glas wijn met vriend M. voordat we vertrekken naar een diner elders. Nog net even tijd om foto’s van mijn laatste reis te laten zien. Nog voor ik mijn MacBook heb opengeklapt, staat er bediendend personeel naast mijn tafeltje. Of ik mijn laptop weer in mijn tas wilde stoppen. “Vanaf diner tijd is dit namelijk een laptopvrije zone”. Ze zei het vriendelijk, maar beslist. Mijn assertiviteit liet me accuut in de steek. Ik kon alleen een verbaasde echo uitbrengen “laptopvrije zone”. Ik keek schuldbewust om me heen. Waar deze ruimte een half uur geleden nog een Apple-galore was waar iedereen via zijn scherm praatte tegen iemand anders, zag ik nu diezelfde nonchalant zakelijk geklede mensen elkáár aankijken en waren de blauwwit verlichte appeltjes vervangen door kaarslicht. Aan de bar mocht het wel, vergoelijkte ze. We dropen af. Ik kon mijn foto’s nergens meer vinden.
Drie dagen later lunch ik met vriend R. ergens in Rotterdam. Terwijl hij de menukaart bestudeert, grijp ik in een reflex naar mijn telefoon en check mijn mail. Ik doe het zonder erbij na te denken en voel R.’s ogen op me gericht. Het maakt me bewust van een handeling die ik ongemerkt honderd keer per dag doe, zonder dat ik weet waarom of kan uitleggen wat het me oplevert.
R. doet enorm zijn best om zijn norm, dat hij mijn kortstondige vlucht in mijn telefoon niet vindt kunnen, niet aan me op te dringen. Het lukt niet erg. Ongemakkelijk raken we erover in gesprek. Dat het natuurlijk niet klopt dat degene die ergens anders is altijd belangrijker lijkt dan degene bij wie je op dat moment bent. En dat er een ongeschreven regel is ontstaan dat de telefoon alleen uitgaat als er iets heel groots, gewichtigs officieels aan de gang is. Kennelijk willen we altijd een uitvlucht onder handbereik.
Nu café’s en andere openbare plaatsen Het Nieuwe Werken meer huisvesten dan welke hip verbouwd kantoor ooit zal lukken, ontstaan er nieuwe mores in het sociale verkeer. Leidinggevenden hebben weinig meer te zeggen over ‘hoe het hoort’. Die taak verschuift naar het bedienend personeel in de horeca. En naar vrienden. Ook privé wordt er opnieuw de toon gezet: binnen gaat de telefoon uit. Alleen bij hoge uitzondering wordt een beller van buiten getolereerd. Telefoons, tablets en laptops zijn het nieuwe roken. En ik heb er een nieuw schuldgevoel bij.
Bij het verlaten van het café, laat R. zijn smartphone liggen. Het is wel duidelijk waar hij met zijn aandacht is.
Verschenen in het Financieele Dagblad






